ZO’N GROTE PIEMEL WIL IK LATER OOK WEL

Tekst: Eva de Wit
Regie: Ilrish Kensenhuis
Spel: Erwin Boschmans
Dramaturgie: Katja Hieminga
Decor: Calle de Hoog

 ———————————————————————–

Een ogenschijnlijk onschuldige beslissing, één bepaalde keuze kan zich langzaam uitbreiden en zo een schaduw werpen over je gehele verdere leven. Je kunt je kleurig kleden, mooie woorden de ruimte in slingeren, grootse dingen bereiken, maar die schaduw zal er altijd blijven. Zelfs de zon, de lachende stralende Surinaamse zon zal deze niet wegnemen. Ergens in je lichaam, misschien wel in je hart, in je borst, in je longen, in je nek, in je knieën zal deze schaduw zich vastbijten, en zich pas van je losmaken totdat je de gebeurtenis, de waarheid, je ware gevoelens onder ogen ziet. 

proloog

G L E N N:
Ik heb een tijdje niet aan vroeger gedacht.  Zo blijven de bladeren van mijn jeugd groen en onbeschreven. 

Een man in een dure fauteuil raad me aan dingen op te schrijven. Ik schrijf op wat ik die dag heb gedaan, wat ik heb gegeten en of het lekker was.

Soms gluur ik door mijn vingers en zie ik  de tijd verstrijken door daar niet te zijn.
Zijn haar was lange tijd pikzwart. Opeens zijn daar die paar grijze haren en voor je het weet zijn die verdwenen en zie ik de zon weerkaatsen op zijn glimmende kale bol. 

Diezelfde man in een dure fauteuil raad me aan om echt belangrijke dingen op te schrijven. Over vroeger.

Je besluit niet, je voelt het is nu of nooit, je kijkt echt terug naar je jeugd en dan blijken de bladeren poreus. Klonteren ze samen tot één grote bruine blob, waar je, wil je een toekomst hebben, doorheen moet ploeteren. Het is alsof er al jaren een klein monster in je maag woont dat steeds meer rotzooi begint te trappen en zich via je luchtwegen probeert omhoog te werken. Dat is waar ik nu sta. Ik begin mijn verleden op te hoesten.

————————————————————————-

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Reacties zijn gesloten.